Een onderlosser is meestal een duwbak die zo gebouwd is dat de lading via kleppen in het vlak gelost kan worden. In de baggerij worden deze bakjes gebruikt om zand en grind te lossen op plaatsen waar onder water zand en grind toegevoegd moet worden. 
Over het ruim of langs de beunen is een inrichting gemaakt met veelal kettingen die aan kleppen zitten onderin het ruim. Zodra de bak gaat laden trekken de kettingen de kleppen tegen het vlak dicht. Als de bak weer gaat lossen wordt de ketting gevierd en gaan de kleppen open waardoor de lading eruit zakt.

Er zijn verschillende uitvoeringen van deze bakken. Een onderlosser heeft kleppen die onder de bak uitsteken zodra gelost wordt. Hierdoor zou een klep kunnen beschadigen als die de bodem kan raken. Daarom zijn er ook oplossers gebouwd, deze hebben de kleppen iets hoger zitten zodat die bij het openen niet onder de bak uitsteken. Hierdoor is de kans kleiner op beschadigen bij het varend lossen van de bak.

Er zijn ook nog splijtbakken. Schepen die in twee helften scharnierend aan elkaar gebouwd zijn. Met lieren of grote hydraulische cilinders worden de twee delen tegen elkaar getrokken. Tijdens het lossen worden de twee delen uit elkaar geduwd, en de scharnieren zorgen dan ervoor dat de twee delen aan de onderkant van elkaar gaan. Zo zakt de lading vanzelf uit het laadruim.